Winstverdeling in logistieke samenwerkingen: eerlijkheid duurt het langst

Er is steeds meer aandacht voor innovatieve samenwerkingen tussen bedrijven, zo ook in de logistiek. De EU wil tegen 2050 50% minder vrachtwagens op de weg. Eén van de manieren waarop dit bereikt kan worden is door samenwerkingen op het gebied van intermodaal transport. Naast het bereiken van EU doelen op het gebied van groener transport en congestie op de wegen zien bedrijven ook dat samenwerking kansen biedt om kosten te besparen op hun eigen transport. Als je samen geld verdiend moet je je gezamenlijke winst echter ook verdelen, gain sharing, en daar gaat het nog vaak mis. “Op het moment dat er echt euro’s worden verdiend begint het gesprek vaak pas: wie was er nou belangrijker in deze samenwerking? Dan ontstaat er een ongemakkelijke situatie, ook omdat bedrijven niet zo goed weten welke verschillende manieren er zijn om aan gain sharing te doen.”

 

Met de genoemde voordelen lijkt het een logische stap voor bedrijven om samen te gaan werken op het gebied van logistiek, maar toch gebeurd het nog niet zoveel. Een enquête uit 2011, uitgevoerd in de Verenigde Staten, vroeg verladers en logistiek dienstverleners wat de barrières zijn voor samenwerkingsprojecten. Het bleek dat bedrijven vooral informatie en data delen eng vonden en het lastig was om geschikte samenwerkingspartners te vinden; een gebrek aan gain sharing modellen stond op plaats vijf. “Vandaag, vijf jaar later, zie je dat er steeds meer oplossingen voor deze problemen zijn. We kunnen data tegenwoordig beter anonimiseren en bedrijven uploaden hun transportdata naar cloud-databases waar de data van verschillende bedrijven gestandaardiseerd wordt bijgehouden. Wij werken als Argusi ook samen met een dergelijk platform en het vinden van de juiste partners in dit soort gestandaardiseerde databases is veel makkelijker dan de wijze waarop dat vijf jaar geleden ging.” Kortom veel barrières zijn al doorbroken en dat is een positieve ontwikkeling, maar het gebrek aan gain sharing modellen, of kennis daarvan in de praktijk, staat nog en begint een zorgenkind te worden voor samenwerkingsprojecten.

Op het congres ‘Topsector logistiek, big data, small world’ in Amsterdam, presenteerde Timo van Dooremaal zijn bevindingen op het gebied van gain sharing, waarbij hij heeft kunnen aantonen dat het verdelen van winsten binnen samenwerkingsprojecten ook anders kan dan we gewend zijn. “Er wordt in samenwerkingen vaak gezegd dat gain sharing belangrijk is, dat er iets mee moet worden gedaan, maar men kent geen concrete gain sharing methoden of formules en dus blijft het bij roepen. En dat terwijl er verschillende methoden zijn, de meeste een stuk minder ingewikkeld dan vaak gedacht wordt.” Een aantal van deze gain sharing methoden beschrijft Timo in zijn onderzoek ‘Gain Sharing in Collaborative Intermodal Transport Networks’ (2016). Hierbij heeft hij de focus gelegd op het bekijken van verschillende verdeelregels die de winst, die ontstaat uit een horizontale samenwerking tussen verladers, eerlijk verdelen. “Ik wilde regels bekijken die je op iedere situatie zou kunnen toepassen en die altijd een eerlijke allocatie geven”.

In de praktijk worden vaak proportionele regels gebruikt, waarbij het grootste bedrijf krijgt het grootste deel van de winst, of wordt er zelfs “eerlijk” gedeeld, zodat wanneer je met drie bedrijven samenwerkt ieder 1/3 deel krijgt. Onderzoek naar verdeelregels biedt nog een optie: verdeelregels uit de game theory. Game theory is van origine een tak van de wiskunde, en probeert te beschrijven hoe mensen rationeel keuzes kunnen maken. “Er zijn grofweg twee smaken game theory. Non-coöperatief, waarbij je bekijkt hoe één persoon zich het best kan opstellen in een groep om het maximale gewin voor zichzelf te behalen. En coöperatief, waarin je bekijkt hoe een groep samen het grootste gewin kan behalen en hoe ze die winst zo eerlijk mogelijk over de deelnemers kunnen verdelen. Met deze laatste variant heb ik mij dus bezig gehouden.”

Timo heeft de game theory weten te vertalen naar de mogelijke winstverdeling van samenwerkingsverbanden in de logistiek. “Er zijn meerdere manieren waarop bedrijven logistiek kunnen samenwerken. Ik heb in mijn onderzoek gekozen voor het consolideren, samenvoegen, van transportstromen zodat bedrijven samen makkelijker intermodaal transport kunnen bedrijven. De verdeelregel die je daar vaak ziet is proportioneel en gebaseerd op het aantal containers dat een bedrijf inlegt.” Maar wat is nu het verschil tussen game theory regels en dit soort proportionele regels? Stel je voor dat drie verladers, A, B en C met elkaar willen samenwerken. De proportionele regel bekijkt de winst die de samenwerking (ABC) behaalt en iedereen krijgt een deel van die winst naar rato van het aantal containers dat het bedrijf heeft ingelegd. De game theory regels bekijken ook de mogelijke subcoalities: ‘wat zouden de samenwerkingen tussen (AB), (AC) en (BC) opleveren?’ en neemt dit mee in de berekening. Op deze manier bekijk je wat een bedrijf daadwerkelijk toevoegt aan iedere samenwerking die er kan zijn. “Wanneer je bijvoorbeeld ziet dat AB en AC veel meer opleveren dan BC dan zou dat een indicatie kunnen zijn dat A een belangrijk bedrijf voor de samenwerking is en daarop gebaseerd geef je A een groter aandeel. Het zit net iets ingewikkelder in elkaar, maar dat is het basis idee achter de game theory regels.”

Het lastige is dat dit voor bedrijven een andere denkwijze vereist. “Het is gemakkelijk om te zeggen dat degene met de meeste containers het grootste gedeelte van de winst krijgt, dat begrijpen mensen, maar niet altijd voegen die extra containers echt iets toe. Terwijl de game theory regels zien wat het bedrijf daadwerkelijk toevoegt aan de samenwerking en daardoor de winsten anders, en vaak eerlijker, verdeeld.” Een ander probleem is dat men denkt dat de berekeningen heel ingewikkeld zijn. “Er moet van het stigma af dat het heel ingewikkeld is, want het is niet zo heel ingewikkeld. Onderzoekers op het gebied van game theory hebben bijna een eigen taal ontwikkeld waardoor het voor anderen onmogelijk toe te passen lijkt, maar van dat beeld moeten we af. Dat onderzoek ernaar ingewikkeld is betekent niet dat het gebruiken ervan ingewikkeld is. Op het congres maar ook daarbuiten heb ik mensen uit het vakgebied in vijf minuten door de berekening van deTimo_kkopie bekendste regel, de Shapley waarde, heen gelopen en iedereen begrijpt het principe onmiddellijk.”

Om deze vorm van gain sharing toegankelijker te maken is de eerste stap volgens Timo om mensen te laten inzien dat het niet zo moeilijk is, dan zullen mensen er training in moeten krijgen en zal er ondersteunende software moeten worden ontwikkeld om de berekeningen te kunnen doen. “En begrijp me niet verkeerd, het is niet de perfecte oplossing voor iedere samenwerking die er bestaat, maar ik heb op het Topsector congres opnieuw voorbeelden gehoord over vergevorderde samenwerkingen die stuklopen op onenigheid over de juiste gain sharing methode. Met name tegen bedrijven die zich daarin herkennen, of die dat graag willen voorkomen, wil ik zeggen: er zijn ook andere, waarschijnlijk betere, winstverdelingsmethoden die het overwegen waard zijn. En laten we daarmee dan ook die laatste barrière voor horizontale samenwerking proberen weg te vagen.“

Timo van Dooremaal is recent afgestudeerd aan de TU Eindhoven waar hij zijn Master Operation Management & Logistics heeft gedaan. Sinds maart 2016 werkt hij als Supply Chain Analyst bij Argusi.

Tags:,

Reageren?

Leave a Reply

Follow us on LinkedIn for news on Jobs openings
Google+
X
X